Kunstenaarscollectief Jopie Jonker-Snelders/Pieter Jonker/Guus Mulders

 

Als kunsthistoricus ben ik altijd gefascineerd door kunstenaars die zo’n chemie met elkaar hebben, dat zij elkaar artistiek kunnen opzwepen, inspireren, aan een half woord genoeg hebben om elkaar te begrijpen en vooral lekker samenwerken.

Een dergelijke combinatie vormen de kunstenaars Jopie Jonker-Snelders, schilder, Pieter Jonker, conceptueel kunstenaar en de dichter Guus Mulders.

De schilderijen van Jopie Jonker-Snelders kenmerken zich door haar typische fresco-techniek: het nat in nat schilderen met materialen op water- en oliebasis die elkaar afstoten en met elkaar een gevecht aangaan. Dat geeft juist het mooie, doorleefde effect in aardtinten. De abstracte achtergrond, die zo wordt opgebouwd, geeft de figuren aan: ineens ziet zij wat ze wil met het doek, en begint het zoeken naar de vorm, laag over laag doorwerkend. Zo doemt steeds duidelijker de houding, het portret op van de gewenste figuur.

Haar fascinatie is vrouwen. Als vrouwen vrouwen schilderen is de gedachtewereld, de innerlijke wereld meestal dominant aan de uiterlijke verschijning. Zo ontstaat een fascinerende ingetogenheid en vanzelfsprekende schoonheid. Zij noemt haar vrouwen ‘stemmingen’. Het zijn geen zelfportretten, maar een diversiteit aan gemoedsuitingen: “soms voel je je onzeker, soms kun je de hele wereld aan met alles wat daartussen zit”.

Hoewel de teksten en gedichten van Guus Mulders meestal een kritisch wereldbeeld neerzetten waren de ‘36 vrouwengedichten’ met de titel ‘Het vasteland valt te bezien’ direct geïnspireerd op het werk van Jopie. Waar Guus en Pieter elkaar vonden was het terrein van de zogenoemde patafysica, een concept bedacht door de Franse schrijver Alfred Jarry dat gaat over denkbeeldige oplossingen voor problemen: het ontwikkelen van dingen vanuit fantasie van  bijvoorbeeld schrijvers als Jules Verne. Niet zelden inspireren deze ideeën wetenschappers en technici weer tot nieuwe ontwikkelingen.

Existentiële wanhoop, vrees en vreugde zou Guus Mulders in de heuvels van de  Adirondacks, in het noorden van New York State hebben doen belanden, waar hij zijn denken gedurende 9 jaar in een afgelegen berghut ontwikkelde. Zo werd het leven draaglijk en intens. Hoewel inmiddels terug in Nederland zegt hij: “De wereld is mijn thuis, mijn woning is toeval”. Je zou niet verwachten dat zijn belangrijkste inspiratiebron ‘Het Groene Boekje’ is. Maar het biedt Mulders juist de mogelijkheid om ongedefinieerde woorden een eigen betekenis te geven.

Tijdens zijn carrière als verslavingstherapeut met heftige confrontaties richt de ‘overtollige creativiteit’ van levenskunstenaar Pieter Jonker zich in eerste instantie op taal. Elke nieuwe morgen staat bij hem in het teken van een door hem bedachte spreuk, zoals: ‘Van vrede worden mannen slap en vrouwen sterk’. Bij de kunstmanifestatie ‘Het Vierkante Ei’ van de Volkskrant en de grote musea in Nederland werd hij meteen genomineerd met zijn inzending ‘mijn rooktafeltje” Daarna was de toon gezet. Met zijn aangeboren verzet tegen autoriteit en de neiging van mensen de dingen snel te duiden en daarmee vast te zetten, schoffelt Jonker in zijn objecten consequent alle schijnbaar vaststaande zaken onderuit: “Niets is wat het lijkt”.

Geïnspireerd door o.a. Man Ray, Dada, maar ook door alles wat om hem heen gebeurt zet hij zijn eigen werkelijkheid in elkaar uit afgedankte materialen en symbolen, waarbij humor een belangrijk wapen is: wat te denken van Christus die even een zonnebad neemt ?

 

Christine van Stralen, kunsthistoricus